Gedragscode
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Doel gedragscode
2.1. Rol van de school
2.2. Rol van de leerling
2.3. Rol van de ouders
2.4. Straffen en belonen
2.5. Voordelen gedragscode
2.6. Aandachtspunten
3. Aandachtsgebieden
3.1 Machtsmisbruik, waaronder seksuele intimidatie
3.1.1. Schoolcultuur/pedagogisch klimaat
3.1.2. Eén op één contacten leerkrachten - leerlingen
3.1.3. Troosten / belonen / feliciteren e.d. in de schoolsituatie
3.1.4. Hulp bij aan- en uit- en omkleden
3.1.5. Buitenschoolse activiteiten
3.2 Pesten
3.3 Racisme / discriminatie
3.4 Lichamelijk en geestelijk geweld
3.5. Computer en internet
3.5.1. Leerlingeprotocol ict
3.5.2. E – mail en internet reglement
3.6 Privacy
3.7 Klachtenprocedure
4. Slotbepalingen
1. Inleiding
Via wetgeving probeert de overheid een veilig schoolklimaat te bevorderen. Veiligheid heeft hierbij zowel betrekking op fysieke (o.a. brandveiligheid en letselveiligheid) als mentale aspecten (kinde-ren moeten zich veilig en geborgen weten). Belangrijke wetten in dit verband zijn o.a. de Arbo-wet, de Wet op de Privacy en de Leerplichtwet.
Om te waarborgen dat scholen voldoende aandacht besteden aan die mentale veiligheidsaspec-ten, adviseert de minister van onderwijs scholen een zogenaamde gedragscode op te stellen.
We vinden veiligheid belangrijk en het getuigt naar ons idee van een professionele instelling om belangrijke afspraken voor zowel leerlingen als leerkrachten en ouders vast te leggen. Het gaat bij deze afspraken over algemene uitgangspunten en over zaken als machtsmisbruik en seksuele intimidatie, lichamelijke (en geestelijke) mishandeling, discriminatie, racisme, pesten en privacy. Door het vastleggen van deze afspraken in een gedragscode ontstaat duidelijkheid en hebben alle partijen houvast.
De wijze waarop leerkrachten, O.O.P., stagiaires en overigen met leerlingen en met elkaar omgaan op genoemde terreinen, bepaalt mede de schoolcultuur. Een goed pedagogisch klimaat krijgt binnen deze schoolcultuur pas echt vorm als er bij de verschillende aandachtsterreinen duidelijke afspraken worden gemaakt.
Deze gedragscode is besproken met het team, de Ouderraad en de Medezeggenschapsraad. Concrete regels, afspraken, rechten en plichten zijn vervat in de schoolregels voor de leerlingen, die in het begin van het schooljaar in elke groep worden besproken / herhaald.
De gedragscode van de Basisschool Bocholtz ligt ter inzage op school en is te vinden op de website van de school www.bsbocholtz.nl.
2. Doel gedragscode
- Het bevorderen van een goed pedagogisch klimaat, waarbinnen alle betrokkenen zich prettig en veilig voelen.
- Het bijdragen aan preventie van machtsmisbruik in de ruimste zin.
- Het bevorderen en bewaken van veiligheids-, gezondsheids- en welzijnsaspecten voor alle mensen bij hun werk op school.
- Het bewaken wan de privacy van alle betrokkenen.
2.1. Rol van de school
De school (directie, leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel) hanteert bij haar omgang met leerlingen, ouders en overige partijen mede op grond van haar katholieke identiteit respect voor de ander als algemeen uitgangspunt. Deze respectvolle wijze van omgaan met elkaar vormt de basis van alle relaties. Als relaties onder druk komen te staan door het ontbreken van dit respect, kan er een vertrouwensbreuk ontstaan. Zo’n vertrouwensbreuk kan verregaande conse-quenties hebben. Voor personeel kan dit leiden tot berisping, schorsing of ontslag, voor leerlingen tot schorsing of verwijdering.
2.2. Rol van de leerling
Van de leerling verwacht de school bij de omgang met medeleerlingen, leerkrachten, ouders en overige partijen eveneens respect voor de ander als algemeen uitgangspunt. Bij de omgangs-regels die in elke groep jaarlijks (zoveel mogelijk in samenspraak met de leerlingen) worden besproken, vormt dit respect voor de ander de basis. Door het ontbreken van het bovengenoemde respect kan een leerling de relatie met de school zodanig onder druk zetten dat een vertrouwens-breuk kan ontstaan met de in 2.1 beschreven consequenties als gevolg.
2.3. Rol van de ouders
Van de ouders verwacht de school ondersteuning bij haar taak om het vormingsproces van jonge mensen gestalte te geven. Die ondersteuning uit zich mede door de respectvolle omgang met leerkrachten, leerlingen, andere ouders en overige partijen. Als ondersteuning en respectvolle omgang structureel ontbreken, wordt de relatie met de school onder druk gezet, waardoor een vertrouwensbreuk kan ontstaan met de in 2.1. beschreven consequenties als gevolg.
2.4. Straffen en belonen
Als pedagogisch hulpmiddel bij de vorming van de leerlingen wordt er in bepaalde situaties gebruik gemaakt van belonen en indien nodig straffen. Bij strafmaatregelen hanteert de school drie belang-rijke uitgangspunten:
· Spaarzaamheid: Straf hoort een uitzondering te zijn. De school vindt dat het tot de professio-nele taken van een leerkracht hoort met alle kinderen een goede relatie te onderhouden. Als straf een dagelijks ingezet hulpmiddel is, klopt er dus iets niet.
· Adequaatheid: Straf dient qua aard en omvang te passen bij de situatie en de leerling.
· Gedragsgerichtheid: Straf is niet gericht op het kind als zodanig, maar op ongewenst gedrag dat het kind vertoont. Het is belangrijk ongewenst/gewenst gedrag vooraf (samen met de kinderen) te bepalen.
Het komt natuurlijk wel eens voor dat ouders een andere mening hebben m.b.t. een door de school opgelegde straf. Over dat verschil van mening kun je als ouder uiteraard met de school in gesprek gaan (leerkracht of de directie). Een ouder kan in beginsel echter niet eisen dat de opgelegde straf niet hoeft te worden gemaakt. Dat zou immers het gezag van de leerkracht structureel ondermijnen en dat kan niet de bedoeling zijn. De relatie tussen kind, leerkracht en ouder zou in dat geval zodanig onder druk komen te staan, dat er een vertrouwensbreuk ontstaat.
2.5. Voordelen gedragscode
De school wil zich met deze gedragscode duidelijk profileren op het gebied van normen en waarden. Mensen die hun kind willen aanmelden, weten dus waarvoor ze kiezen.
Betrokkenen (leerlingen, leerkrachten en ouders) kunnen elkaar aanspreken op het naleven van deze gezamenlijk vastgestelde gedragsregels.
2.6. Aandachtspunten
· Respectvol omgaan met elkaar in woord en handelen zijn essentiële uitgangspunten binnen onze school.
· Een gedragscode houdt niet in, dat gedrag dat niet in regels is vastgelegd automatisch wel toelaatbaar is.
· Een gedragscode mag het spontane omgaan van alle betrokkenen met elkaar niet in de weg staan.
· Bij het vaststellen en naleven van regels moet rekening gehouden worden met de aard en het sociaal-emotionele ontwikkelingsniveau van de voorkomende leeftijdsgroepen.
3. Aandachtsgebieden
3.1. Machtsmisbruik, waaronder seksuele intimidatie
3.1.1. Schoolcultuur / pedagogisch klimaat.
- Het onderwijzend en niet onderwijzend personeel onthoudt zich van seksistisch taal-gebruik, seksuele getinte grappen, toespelingen en die wijze van aanspreken die door leerlingen en/of andere bij de school betrokkenen als seksistisch kunnen worden ervaren.
- Het onderwijzend en niet-onderwijzend personeel ziet er tevens op toe dat het boven-staande niet gebezigd wordt in de relatie leerling/ leerling.
- Het onderwijzend en niet-onderwijzend personeel onthoudt zich wan seksistisch getinte gedragingen, of gedragingen die door leerlingen en of andere bij de school betrokkenen als zodanig kunnen worden ervaren en ziet er tevens op toe dat dergelijke gedragingen niet voorkomen in de relatie leerling – leerling.
- Het onderwijzend en niet onderwijzend personeel draagt er zorg voor dat binnen de school geen seksueel getinte affiches, tekeningen, artikelen in bladen (o.a.schoolkrant) e.d. worden gebruikt of opgehangen, die kwetsend kunnen zijn voor een bepaalde sekse.
3.1.2. Eén op één contacten leerkrachten – leerlingen
- Leerlingen worden buiten schooltijd niet langer dan een kwartier alleen op school gehouden (poetsbeurt, gesprekje, extra werk, straf). Als een leerling langer dan een kwartier moet nablijven, worden de ouders telefonisch op de hoogte gebracht.
- Zonder medeweten van de ouders worden leerlingen niet bij de onderwijsgevenden thuis uitgenodigd. Bij voorkomende gevallen worden redenen en tijdsduur aangegeven.
3.1.3. Troosten / belonen / feliciteren in de schoolsituatie
- In principe worden geen kinderen getroost bij verdriet of pijn d.m.v. zoenen. De wensen en gevoelens van kinderen als ouders hieromtrent gerespecteerd. Kinderen hebben het recht aan te geven wat zij prettig of niet prettig vinden.
- In principe worden vanaf groep 4 geen kinderen meer op schoot genomen. In de onder-bouwgroepen handelen de leerkrachten naar eigen inzicht. Ook hier dienen de wensen en gevoelens van de kinderen te worden gerespecteerd. Spontane reacties, ook in de hogere groepen, zijn ondergeschikt aan die wensen.
- Felicitaties moeten een spontaan gebeuren blijven. De leerkrachten houden hierbij rekening met het hierboven vermelde. In alle groepen volgt de groepsleerkracht in principe de eigen gewoonten in dezen rekening houdend met wat de kinderen hier als prettig ervaren.
3.1.4. Hulp bij aan- en uit- en omkleden
- Bij de kleuters komt het regelmatig voor dat geholpen moet worden bij het aan- en uitkleden, b.v. bij spellessen en bij het naar het toilet gaan. Ook in groep 3 en 4 kan dat nog een enkele keer voorkomen. Deze hulp hoort tot de normale taken van de betrok-ken groepsleerkracht.
- Vanaf groep 5 is hulp bij het aan- en uitkleden of omkleden nauwelijks meer nodig.
Toch kan het voorkomen dat leerlingen zich in bepaalde situaties gedeeltelijk moeten uitkleden of omkleden. Bijvoorbeeld bij bepaalde op school opgedane verwondingen of bij het omkleden voor toneeluitvoeringen. De leerkrachten (ook de zweminstructeur of andere verantwoordelijken) houden hierbij rekening met wensen en gevoelens van de leerlingen. Een open vraag als: "wil je het zelf doen of heb je liever dat de juffrouw of meester je helpt", wordt door de oudere leerling als heel normaal ervaren en meestal ook eerlijk beantwoord.
- Als de situatie erom vraagt, wordt door iedere leerkracht onmiddellijk hulp verleend.
3.1.5. Gymlessen – schoolkamp – schoolreis – overige buitenroosteractiviteiten
- In de sporthal/gymzaal wordt gebruik gemaakt van gescheiden kleedruimtes voor jongens en meisjes.
- Het hoort tot de normale taken van leerkrachten om toezicht te houden in de kleed-ruimtes. Tijdens het aan- en omkleden van de leerlingen (gym en/ of zwemlessen) worden de desbetreffende lokalen uitsluitend door de leiding betreden na een duidelijk vooraf gegeven teken.
Dit is uiteraard van toepassing als de situatie het vereist, dat mannelijke leerkrachten de ruimtes van de meisjes en vrouwelijke leerkrachten de ruimtes van de jongens binnengaan. Op deze manier wordt rekening gehouden met het zich ontwikkelend schaamtegevoel bij jongens en meisjes.
- Indien er hulp geboden moet worden bij ongevallen, ziek worden/zijn of anderszins, waarbij het schaamtegevoel van de kinderen een rol kan spelen, wordt rekening houdend met de aanwezige mogelijkheden, de uitdrukkelijke wens van het kind gerespecteerd.
- Jongens en meisjes maken gebruik van gescheiden toiletten en douches. Daar waar dit ruimtelijk niet mogelijk is, worden gebruiksregels afgesproken of er is toezicht (bv. school-verlaterskamp).
- Bij de te ondernemen activiteiten wordt rekening gehouden met de eigenheid van de beide seksen.
- De goede spontaniteit in de omgang van leiding/kinderen en kinderen onderling dient gewaarborgd te blijven, zulks ter beoordeling van de gehele leiding (onderwijsgevenden en niet-onderwijsgevenden).
- Tijdens het schoolkamp van bijvoorbeeld groep 8 slapen jongens en meisjes gescheiden. De leerkrachten slapen niet bij de leerlingen. Het hoort tot de normale taken van leerkrachten om toezicht te houden in de slaapvertrekken.
- Tijdens schoolreizen en/of andere activiteiten worden geen aanstootgevende liederen gezongen. Zie ook seksistisch taalgebruik e.d.
3.2. Pesten
Pesten op scholen is een ingewikkeld probleem. Dat betekent dat scholen het serieus moeten aanpakken. Een eerste vereiste daartoe is dat alle betrokkenen, leerkrachten, ouders en leerlingen pesten als een bedreiging zien en daarom bereid zijn het te voorkomen of te bestrijden. Wij willen bij de aanpak van pesten op school uitgaan van de zogenaamde vijfsporen-aanpak. Deze bestaat uit:
- hulp aan het gepeste kind
- hulp aan degene die pest
- hulp aan de zwijgende middengroep
- hulp aan de leerkracht
- hulp aan de ouders
Vooraf ingevulde voorwaarden:
1. Door mondelinge en / of schriftelijke informatie worden betrokkenen op de hoogte gebracht van het probleem pesten: wat is pesten, (niet plagen), wat zijn mogelijke gevolgen daarvan, hoe vaak komt het voor. Zie verder: literatuur en websites m.b.t. pesten.
2. Zowel de school als geheel als iedere leerkracht afzonderlijk probeert pesten te voorkomen.
Deze preventieve aanpak bestaat o.a. uit:
Op schoolniveau:
· Streven naar een goed pedagogisch klimaat; leerlingen veiligheid en geborgenheid bieden.
· Regelmatig terugkerend behandelen van het onderwerp of project. Op school maken we gebruik van: o.a. methode voor sociaal – emotionele vorming “Leefstijl”, projectboekjes en de pestcampagne www.kidstegengeweld.nl ).
Op leerkrachtniveau:
· Leerlingen duidelijk maken dat signaleren van pesten (niet plagen) doorgegeven moeten worden aan de leerkracht en uitleggen dat dit niet "klikken" is.
· Leerkrachten en leerlingen noemen leerlingen niet met een bijnaam, die als kwetsend ervaren kan worden.
· Leerkrachten en leerlingen maken geen opmerkingen over kleding en/of uiterlijk, die als kwetsend ervaren kunnen worden.
· Leerkracht stelt samen met de leerlingen gedragsregels op en ziet toe op de naleving daarvan.
· Leerkrachten houden per toerbeurt toezicht tijdens de pauzes.
· Verder wordt van iedere leerkracht verwacht, dat hij/zij werkt aan positieve groepsvorming:
- Respect voor elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden.
- Samenwerken; elkaar helpen
- Respect voor elkaars spullen
- Niemand buiten sluiten
- Naar elkaar luisteren bij beurten, spreekbeurten
- Ruzies uitpraten, goed maken.
3. Leerkrachten kunnen signaleren als pesten desondanks optreedt
Van iedere leerkracht mag verwacht worden dat hij / zij pesten kan signaleren.
Er kan gebruik gemaakt worden van:
- Literatuur hierover
- Observaties
- Informatie van ouders, collega's en medeleerlingen van de gepeste.
- Indien de leerkracht onomstotelijk pesten heeft gesignaleerd, geeft hij/zij duidelijk en
ondubbelzinnig aan dat hij dergelijk gedrag verafschuwt en afkeurt.
- Men probeert zicht te krijgen op de oorzaak, de omvang van het pestgedrag en de moge-
lijke gevolgen voor het slachtoffer.
- Men probeert het invoelend vermogen van de pester en de zwijgende middengroep te
vergroten.
5. Wanneer het pesten ondanks alle inspanningen doorgaat of opnieuw de kop opsteekt gaat de school respectievelijk de leerkracht over tot een directe, curatieve aanpak.
Hierin staat de leerkracht niet alleen. Hij kan een beroep doen op iemand die deskundig is (bv. via de schoolarts of Jeugdzorg), de interne begeleider, een ander teamlid, of het probleem bespreken in een gezamenlijk overleg. Directie, onderwijzend en niet-onderwijzend personeel zijn verantwoordelijk voor het welzijn van alle leerlingen
· Hulp aan het gepeste kind
Kinderen die voortdurend worden gepest, reageren meestal door passief gedrag of ze gaan uit-dagen. Beide vormen van gedrag zijn "aangeleerd" als reactie op het gepest worden. Een aan-geleerd gedrag kan weer afgeleerd worden. Vaak verdwijnt bepaald afwijkend gedrag als het pesten is gestopt. Toch kunnen vormen van afwijkend gedrag ook langdurig aanwezig blijven.
Vormen van afwijkend gedrag kunnen zelfs aanleiding zijn tot pesten.
- De leerkracht kan via de interne begeleider in contact komen met een deskundige (bv. Jeugdzorg).
- De leerkracht moet oog hebben voor eventueel sociaal – emotioneel achterliggende problematiek.
- De leerkracht probeert de leerlingen begrip en respect bij te brengen voor ieders eigenheid. “Ik ben ik en jij bent jij en dat mag best”.
- De leerkracht probeert de aanleiding tot pestgedrag bespreekbaar te maken. Denk bv. aan het bekende Nike-image of het Zeeman-image. Niet beoordelen op uiterlijke kenmerken.
· Hulp aan degene die pest
- Een kort straffend gesprek. Leerling heeft zich niet aan klassenregels gehouden en verdient dus straf.
- De leerkracht voert probleemoplossende gesprekken. Hierin probeert hij de oorzaak van het pestgedrag bloot te leggen.
Als de oorzaak enigszins duidelijk is, probeert de leerkracht de "gevoeligheid" van de pester voor wat hij het gepeste kind heeft aangedaan te vergroten.
- De leerkracht maakt afspraken met de pester over gedragsverandering. Aan het einde van de week heeft een vervolggesprek plaats.
- Als het bovenstaande niet helpt, wordt een gesprek met de ouders aangegaan. De leer-kracht vraagt hun medewerking om aan het pestprobleem een einde te kunnen maken. Zonodig neemt de directie deel aan de gesprekken met de ouders.
- Bij ernstige gevolgen van pesten probeert de leerkracht samen met de ouders het gepeste kind zijn/haar gevoel voor eigenwaarde terug te laten vinden. Zonodig wordt hierbij hulp van professionele instellingen (bv. Jeugdzorg – sociale vaardigheidstrainingen) ingescha-keld.
3.3. Racisme / Discriminatie
Wij leven in een multiculturele samenleving. Dit houdt in dat verschillende groepen uit onze samenleving hun eigen volkscultuur hebben. Iedere groep heeft zijn eigen aard, huidskleur, levensovertuiging, volksgewoonten zoals kleding en voedsel. Daarnaast spreken deze groepen naast hun eigen taal vaak gebrekkig Nederlands. Behalve de reeds gevestigde groepen kent ons land ook vluchtelingen en asielzoekers.
· De leerkracht behandelt alle leerlingen en hun ouders gelijkwaardig.
· Er wordt geen racistische en / of discriminerende taal gebezigd.
· De leerkracht zorgt ervoor dat er in het lokaal geen racistische of discriminerende teksten en / of afbeeldingen voorkomen op posters, in schoolkrant, te gebruiken boeken.
· De leerkracht ziet erop toe dat leerlingen en ouders ten opzichte van medeleerlingen en hun ouders binnen de school geen racistische of discriminerende houding aannemen in taal en gedrag.
· Leerlingen die ook bijvoorbeeld bij het buitenspelen betrapt worden op racistische discrimi-nerende taal worden hierop aangesproken.
· De behandeling van gesignaleerde racistische / discriminerende taal en / of gedragingen gebeurt overeenkomstig de procedure, zoals die is beschreven bij pesten: zowel preventief als curatief als volgens de klachtenregeling.
· De leerkracht neemt duidelijk afstand van racistisch en/of discriminerend gedrag van collega's, ouders en andere volwassenen binnen de school. Hij /zij maakt het ook kenbaar.
3.4. Lichamelijk en geestelijk geweld
Zowel binnen als buiten de schoolpoorten wordt iedere vorm van lichamelijk en / of geestelijk geweld, door zowel volwassenen als door kinderen, afgekeurd.
· In de relatie leerkracht - leerling
- De leerkracht vermijdt lichamelijk geweld als straf.
- Bij overtreding van bovenstaande regel door een emotionele reactie deelt de leerkracht dit mee aan de directie.
- Bij overtreding neemt de leerkracht zo snel mogelijk contact op met de ouders om het gebeurde te melden en uit te leggen.
- Als de ouders van de leerling een klacht indienen bij de interne contactpersoon, treedt de hiervoor passende procedure in werking.
· In de relatie overige volwassenen – leerlingen
- Bij lichamelijk geweld door een volwassen persoon, niet zijnde een leerkracht, toegebracht aan een leerling, wordt dit gemeld bij de directeur en /of de interne contactpersoon. De directeur kan trachten te bemiddelen tussen de betrokken partijen.
- Als de ouders een klacht indienen bij de interne contactpersoon treedt de hiervoor passen-de procedure in werking.
· In de relatie leerling - leerling
- De leerlingen zijn ervan op de hoogte dat binnen de poorten van de school geen enkele
vorm van lichamelijk geweld getolereerd wordt.
- Zie verder bij preventieve en curatieve aanpak bij pesten.
3.5. Computer en internet
3.5.1. Leerlingprotocol ICT
Uitgangspunten
Op de scholen van MOVARE zullen de kinderen de komende jaren steeds meer gebruik gaan maken van moderne communicatiemiddelen zoals internet en e-mail.
Iedere school van de Stichting zal proberen om de leerlingen in een zo veilig mogelijke internet- en e-mail omgeving te laten werken. Zo kan men bijvoorbeeld ervoor kiezen om de leerlingen zo veel mogelijk met gerichte zoekopdrachten te laten werken om zo vrijblijvend surfgedrag te beperken/ te voorkomen en over “chatten”afspreken dat dit alleen mag met toestemming van de leerkracht in het kader van een opdracht of project, bijv. met een andere school.
MOVARE kiest in het algemeen ervoor om niet te gaan werken met filters, ook is de filtering van internet verkeer niet optimaal. MOVARE vindt dat scholen samen met de kinderen manieren kunnen vinden om op een verantwoorde manier te werken met Internet. Het samen in de klas hierover praten, het maken van afspraken en vaststellen van regels, het bijbrengen van een goede attitude en sociale controle spelen hierbij een zeer belangrijke rol. In de klassen, die internet en e-mail gebruiken, stelt de school samen met de kinderen klassenregels op. Daarbij worden de volgende afspraken als leidraad genomen:
· Ik ben netjes en voorzichtig met de computer. Ik gebruik geen eten of drinken bij de computer. Ik ga niet ruw om met het toetsenbord, koptelefoon, muis en andere apparaten.
· Ik geef nooit persoonlijke informatie van mezelf of medeleerlingen door op Internet, zoals namen, adressen en telefoonnummers. Ik vraag altijd toestemming van de leerkracht.
· Ik vertel mijn leerkracht meteen als ik informatie tegenkom, die ik niet prettig vind en waarvan ik denk dat deze niet bij mijn leeftijd past of niet in orde is. Als ik me hou aan de gemaakte afspraken is het niet mijn schuld dat ik zulke informatie per ongeluk kan tegenkomen.
· Ik maak nooit afspraken met iemand op internet zonder toestemming van mijn leraar. Ik verstuur bij mijn e-mail berichten nooit foto’s van mezelf of van anderen zonder toestemming van mijn leerkracht. Als iemand om een afspraak vraagt, waarschuw ik meteen de leerkracht.
· Ik beantwoord nooit e-mail die ik niet prettig vind of waar dingen in staan waarvan ik weet dat deze er niet in moeten staan. Het is ook niet mijn schuld dat ik zulke berichten krijg. Ik laat deze ook meteen mijn leerkracht zien.
· Ik verstuur ook zelf niet dergelijke mail. Ik let op net taalgebruik en bezorg anderen geen overlast met mijn e-mail berichten. Een door mij geschreven E-mail mag steeds door mijn leerkracht gelezen worden.
· Ik spreek met mijn leerkracht af op welk tijdstip en hoe lang ik op internet mag en van welke programma’s ik gebruik mag maken.
· Chatten gebeurt alleen na toestemming van mijn leerkracht. Funsurfen dwz vrij internetten mag ik alleen na uitdrukkelijke toestemming van de leerkracht.
· Ik zal geen bestanden of gegevens zonder toestemming van de leerkracht downloaden of installeren. Meegebrachte diskettes zal ik eerst op virussen (laten) scannen. Voordat ik bestanden of informatie verstuur vraag ik eerst toestemming aan de leerkracht.
· Bij het niet nakomen van deze afspraken kan mijn leerkracht in overleg met de directie maatregelen nemen. Zo kan ik onder andere voor kortere of langere tijd uitgesloten worden van internet en e-mailgebruik. Ook worden mijn ouders, verzorgers hiervan in kennis gesteld.
3.5.2. E-mail- en Internet-reglement
In principe worden voor alle leerlingen van de groepen 5 t/m 8 emailadressen aangemaakt bij Kennisnet. Voordat een e-mailadres in gebruik wordt genomen, wordt de ouders/verzorgers gevraagd om akkoord of niet akkoord te gaan met het in gebruik nemen van een emailbox met bijbehorend e-mailadres. Indien ouders/verzorgers zich akkoord verklaren, onderschrijven zij ook de inhoud van bovenstaand reglement:
Een e-mailadres en/of een gebruiker van Internet wordt (na overeenstemmend overleg met de directie) onmiddellijk uit de bestandenlijst verwijderd of als gebruiker geblokkeerd, wanneer wordt vastgesteld dat er:
· onwettige activiteiten mee worden gepleegd;
· informatie wordt gezocht op het gebied van porno, geweld, racisme en discriminatie en deze informatie verspreid en/of doorgegeven wordt
· gepest wordt
Ouder(s) / voogd / verzorger(s) worden daarvan onverwijld schriftelijk in kennis gesteld. Daarbij wordt aangegeven wat de reden van deze berisping/waarschuwing/blokkering is
De gebruiker van een emailadres en/of een internet-account krijgt bij minder ernstig misbruik een waarschuwing. Twee van deze waarschuwingen leveren de volgende sanctie op: de gebruiker wordt voor een door de leerkracht te bepalen tijdspanne geblokkeerd.
Ouders/voogd/verzorgers worden ook hiervan onverwijld schriftelijk in kennis gesteld. Daarbij wordt aangegeven wat de reden van deze berisping/waarschuwing/blokkering is.
De systeembeheerder / Kennisnet-emailbeheerder op school draagt er zorg voor dat zodra hij/zij melding krijgt van mogelijk misbruik, dit controleert en vervolgens onverwijld meldt aan de groepsleerkracht indien het een leerling betreft en aan de directie wanneer het een volwassenen betreft.
De systeembeheerder draagt er zorg voor dat wanneer het e-mailadres en/of de internettoegang geblokkeerd moet worden, dit onverwijld gebeurt.
3.6. Privacy
De huidige manier van werken in de school heeft ertoe geleid dat steeds meer mensen te maken krijgen met bepaalde kinderen en ouders of omgekeerd. Vanuit dit gegeven is het goed de privacy van kinderen en ouders te beschermen.
Gegevens over de thuissituatie, medische informatie, gegevens van hulpverlenende instanties worden als privacygegevens beschouwd. Dit geldt ook voor uitslagen van testen. We kennen de volgende afspraken:
· Relatie leerkracht - kind - ouder.
- Privacygegevens, die van belang zijn voor de aanpak en begeleiding van een leerling en die
vrijwillig door ouders bekend zijn gemaakt aan groepsleerkracht of directie worden alleen met
toestemming van de ouders bewaard in het leerlingdossier.
- Privacygegevens, die niet relevant zijn voor aanpak en begeleiding van het kind, maar des-ondanks toch spontaan door ouders bekend zijn gemaakt, worden niet opgenomen of bewaard in het leerlingdossier.
- Uitslagen van testen en onderzoeken worden alleen met toestemming van de ouders en of betrokken instanties doorgegeven aan derden en uitsluitend dan, als het voor de verdere begeleiding van het kind van belang is.
- Gegevens die door ouders of instanties aan de leerkracht in strikt vertrouwen worden gemeld, worden niet met collega's besproken.
- Gegevens, die bij regelgeving door instanties kunnen worden opgevraagd zonder medeweten van het kind en / of ouders en vallen onder het begrip "privacy", worden met de grootste terug-houdendheid verstrekt.
· Relatie directie - leerkracht
- Gegevens die door ouders en / of instanties bekend worden gemaakt aan de directie en een strikt vertrouwelijk karakter hebben, worden zonder toestemming van de ouders en / of instan-ties niet doorgegeven aan de overige leerkrachten.
- Gegevens die door het kind in strikt vertrouwen aan de directie worden bekendgemaakt, worden niet doorgegeven aan anderen, tenzij dit in strijd is met (seksuele) kindermishandeling. Indien geheimhouding de opvang en begeleiding van het kind ernstig belemmeren, worden alleen relevante gegevens doorgegeven aan de direct betrokkenen. Dit na bespreking met het desbetreffende kind(eren).
- Gegevens die door ouders en / of kinderen in goed vertrouwen aan een leerkracht worden bekendgemaakt, worden niet doorgegeven aan de directie, met dezelfde uitzondering als hier-boven beschreven.
· Relatie leerkracht - leerkracht
- In formele en informele sfeer wordt de privacy van ouders en kinderen gerespecteerd. Privacy-
gegevens worden alleen besproken voor zover ze relevant zijn bij de uitoefening van het werk.
- Leerlinggegevens worden niet besproken in bijzijn van derden (bijv. andere ouders).
· Relatie ouders en / of kinderen - interne contactpersoon.
Gegevens die door ouders en / of kinderen worden bekendgemaakt aan de interne contact-persoon, worden behandeld conform de regeling.
· Bijzondere afspraken rondom privacy bij gescheiden ouders.
- In scheidingssituaties hanteert de school als algemene uitgangspunt, dat beide ouders het ouderlijk gezag blijven houden en gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kind(eren).
- De school verstrekt de informatie over de ontwikkeling van het kind in beginsel aan de ouder bij wie het kind woont. De school gaat er daarbij van uit dat de ouder bij wie het kind woont, de plicht heeft om de andere ouder op de hoogte te houden van belangrijke zaken die met het kind te maken hebben. Bovendien moet de ene ouder de andere ouder om zijn of haar mening vragen over belangrijke beslissingen betreffende het kind .
- Indien de verhoudingen tussen de gescheiden ouders niet optimaal zijn, kan de leerkracht, als de ouder waarbij het kind niet woont hiertoe verzoekt, de informatie ook apart aan deze ouder verstrekken.
- Informatie aan de ouder (bij wie het kind niet de meeste tijd woont) wordt niet verstrekt, als de leerkracht de informatie ook niet zou geven aan de ouder, waar het kind wel de meeste tijd woont (het betreft hier zogenaamde vertrouwelijke informatie).
- Informatie aan de ouder (bij wie het kind niet de meeste tijd woont) wordt eveneens niet verstrekt, als er zwaarwegende belangen van het kind zijn die zich daartegen verzetten. Dit moet blijken uit aangevoerde feiten en omstandigheden.
3.7. Klachtenprocedure
· Inleiding
In het basisonderwijs werken mensen die het beste voor hebben met leerlingen, ouders of verzor-gers. Iedereen die op school leert en werkt heeft recht op veiligheid en bescherming. Leerkrachten en leerlingen functioneren namelijk goed op school als zij zich veilig en geborgen voelen. Daarom vinden leerkrachten en de directie van onze basisschool het belangrijk te werken aan een veilig schoolklimaat.
Het kan wel eens voorkomen dat er problemen zijn tussen ouders/leerlingen en leerkracht. Belangrijk voor de ouders/leerlingen is om niet te lang met een probleem te blijven lopen, maar het probleem of de vraag daar neer te leggen waar ze thuis horen: bij de leerkracht of bij de directeur. Deze zijn altijd bereid naar U te luisteren en hun standpunt en mening duidelijk te maken. Met een open en eerlijk gesprek kan veel worden bereikt en kunnen, met een positieve benadering van beide kanten, misverstanden of onduidelijkheden uit de wereld worden geholpen.
Veruit de meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken in de school zullen in onderling over-leg tussen ouders, leerlingen, personeel en directie op een juiste wijze worden afgehandeld. Indien dat echter, gelet op de aard van de klacht, niet mogelijk is of indien de afhandeling niet naar tevre-denheid heeft plaatsgevonden, kan men een beroep doen op de klachtenregeling.
· De klachtenregeling
Per 1 augustus 1998 is er een wettelijke verplichting voor schoolbesturen om te beschikken over een klachtenregeling. Deze klachtenregeling (inclusief namen en adressen) ligt ter inzage op school. Door de klachtenregeling krijgen ouders/leerlingen wettige mogelijkheden hun klachten aan de orde te stellen. Onze school wil stimuleren dat ouders en leerlingen een passend gebruik maken van deze nieuwe wetgeving, omdat klachten door team en directie beschouwd worden als hulpmiddel, een handreiking om een veilig schoolklimaat te behouden. Veiligheid op school in de praktijk van alledag is voor kinderen, ouders en personeel van groot belang. Wat bedoelen wij met passend gebruik?
|
Probleemvoorbeelden |
Reden voor officiële klacht? |
|
De leerkracht geeft teveel huiswerk |
Nee → oplossen op schoolniveau: gesprek leerkracht. Indien na herhaaldelijke gesprekken met de leerkracht geen oplossing wordt gevonden: gesprek met directie |
|
De leerkracht heeft gescholden |
Nee (zie boven) |
|
Niet eens met straf |
Nee (zie boven) |
|
Leerkracht deelt tik uit |
Nee (zie boven) |
|
Leerkracht deelt alweer tik uit |
Ja (oplossen via interne contactpersoon) |
|
Leerkracht maakt bij herhaling racistische opmerkingen |
Ja (oplossen via interne contactpersoon) |
|
U heeft vermoeden van seksueel misbruik op school. |
Ja (oplossen via interne contactpersoon) |
· De organisatie van de klachtenregeling:
De organisatie van de klachtenregeling is zodanig dat klagers de garantie krijgen dat serieus naar de klachten wordt gekeken. Dit zijn de contactpersonen en zij zorgen voor de eerste opvang van de klager en informeren, coördineren en bemiddelen. Als de contactpersoon niet in staat is de kwestie op te lossen dan kan een beroep gedaan worden op een onafhankelijke externe vertrou-wenspersoon die door het bestuur is aangesteld. Deze vertrouwenspersoon probeert een oplos-sing voor het probleem te vinden. De vertrouwenspersoon is ook in staat de klager te begeleiden om de klacht schriftelijk aan het bestuur of officiële klachtencommissie voor te leggen.
De klachtencommissie is in dit kader de instantie voor hoger beroep.
· De personele invulling van de klachtenregeling:
De contactpersonen in het kader van de wettelijke klachtenregeling voor onze basisschool zijn
· Dhr. M.J. Smeets,
Begoniastraat 14, 6351 BW Bocholtz, tel. 045 – 5442758
· Mevr. L. Smit-Daniëls,
Groot Berghem 55, 6235 BK Ulestraten, tel. 043 – 3649333
· Mevr. M. Olislagers
Bosheide 33, 6373 CJ Landgraaf, tel. 045 – 5671539
Ouders en leerkrachten kunnen via de contactpersoon een beroep doen op de vertrouwenspersoon van het schoolbestuur als er sprake is van een zwaarwegend conflict, zoals herhaal-delijke discriminatie, lichamelijk geweld, seksuele intimidatie en arbeidsconflicten.
Vertrouwenspersonen in het kader van de klachtenregeling zijn:
mevrouw C. Verschuren de heer W. Pieters
Op de Acker 21 Terlindenweg 18
6431 GJ Hoensbroek 6433 PC Hoensbroek
Tel: ma/woe/vr : 045-5719075 Tel. werk: 046 – 4517282
di/do: 045-5722727 privé: 045 – 5216240
Klachtencommissie Katholiek Onderwijs
Postbus 82324 ----- 2508 EH Den Haag
Afstemming regelingen klachtbehandeling
Onderwijsstichting MOVARE is ontstaan door een fusie van de voormalige schoolbesturen Quin-tessene Onderwijsstichting Oostelijke Mijnstreek en Stichting Basisonderwijs Zuid-Limburg (SBOZL).
MOVARE stemt momenteel de regelingen klachtbehandeling van beide fusiepartners op elkaar af. In afwachting van deze afstemming én formele besluitvorming dienaangaande blijven de regelin-gen van de voormalige stichtingen van kracht. In het najaar van 2007 zal de nieuwe regeling klachtbehandeling van kracht worden en beschikbaar worden gesteld via de website van MOVARE. Onderstaand treft u de regeling aan, zoals die op dit moment op onze school van toepassing is.
REGELING KLACHTBEHANDELING
· Inleiding
De onderwijswetgeving is in 1998 gewijzigd met de invoering van de Kwaliteitswet, waarin naast het schoolplan en de schoolgids het klachtrecht nader is geregeld. Dit betekent dat iedere school-organisatie een klachtenregeling vaststelt met het doel het bevoegd gezag en de schoolleiding te ondersteunen bij het verbeteren van het onderwijs, een goede gang van zaken op school en een veilig schoolklimaat.
De klachtenregeling beoogt een zorgvuldige behandeling van klachten, zowel in het belang van betrokkenen als in het belang van de school.
Naast ouders/verzorgers/voogden en leerlingen kan een ieder die deel uitmaakt van de school-gemeenschap klachten indienen. Deze klachten kunnen betrekking hebben op gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag en personeel of het nalaten daarvan en ook op gedragingen van anderen die deel uitmaken van de schoolgemeenschap.
Veruit de meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken in de school zullen in onderling overleg tussen ouders/voogden, leerlingen, personeel en schoolleiding naar tevredenheid worden afgehandeld. Indien dat, gelet op de aard en/of de ernst van de klacht niet mogelijk is, voorziet de klachtenregeling in het inschakelen van externe vertrouwenspersonen en van de landelijke klachtencommissie.
Voor klachten op het gebied van arbeidsvoorwaarden, CAO en rechtspositie is er de interne geschillencommissie.
· Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- school: een school als bedoeld in de Wet op het Primair Onderwijs, de Wet op de Expertisecentra;
- klager: een (ex-)leerling, ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-)leerling, een lid van het personeel, een lid van de directie, een lid van het bevoegd gezag, een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school, of een persoon, anderszins deel uitmakend van de schoolgemeenschap, die een klacht heeft ingediend;
- klacht: klacht over gedragingen en beslissingen, dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door de aangeklaagde;
- aangeklaagde: een (ex-)leerling, ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-) leerling, een lid van het personeel, een lid van de directie, een lid van het bevoegd gezag, een vrijwilliger die werkzaamheden voor de school verricht of een persoon die anderszins deel uitmaakt van de schoolgemeenschap, tegen wie een klacht is ingediend;
- intern contactpersoon: wordt door het bevoegd gezag aangesteld, maakt deel uit van de schoolgemeenschap, is toegankelijk voor alle betrokkenen bij de school en is voor de taakuitvoering uitsluitend aan het bevoegd gezag verantwoording verschuldigd;
- extern vertrouwenspersoon: wordt door het bevoegd gezag aangesteld en maakt geen deel uit van een schoolgemeenschap, maar is toegankelijk voor alle betrokkenen bij een deel van of de gehele organisatie.
Klachtenvelden
A. Klachten die betrekking hebben op het onderwijsproces en de school
- communicatie en de dagelijkse gang van zaken
- begeleiding & behandeling van leerlingen
- schoolvoorzieningen m.b.t. veiligheid, gezondheid en welzijn
- privacy
B. Klachten die betrekking hebben op personeelsbeleid
- arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden
- CAO-zaken en rechtspositie
C. Klachten die betrekking hebben op seksuele intimidatie, discriminatie of geweld
- Onder seksuele intimidatie wordt verstaan: ongewenst seksueel getinte aandacht, die tot uiting komt in verbaal, fysiek en non-verbaal gedrag. Dit gedrag wordt door degene die het ondergaat, ongeacht sekse of seksuele voorkeur, ervaren als ongewenst, of wordt, indien het een minderjarige leerling betreft, door de ouders, voogden of verzorgers als ongewenst aangemerkt. Seksueel intimiderend gedrag kan zowel opzettelijk als onopzettelijk zijn.
- Onder discriminerend gedrag wordt verstaan: elke vorm van ongerechtvaardigd onder-scheid, als bedoeld in artikel 2 van de Algemene Wet Gelijke Behandeling, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of tot gevolg kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de funda-mentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terrei-nen van het openbare leven wordt teniet gedaan of aangetast.
- Onder agressie, geweld en pesten wordt verstaan: gedragingen en beslissingen, dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen, waarbij bedoeld of onbedoeld sprake is van geestelijke of lichamelijke mishandeling van een persoon of groep personen die deel uitmaakt van de schoolgemeenschap.
|
Personen/instanties betrokken |
belast met klachtbehandeling |
||
|
|
A |
B |
C |
|
Medewerker / leerkracht |
X |
|
|
|
contactpersoon intern |
|
|
X |
|
leidinggevende |
X |
X |
X |
|
schooldirecteur |
X |
X |
X |
|
bevoegd gezag / centrale directie |
X |
X |
X |
|
interne geschillencommissie |
|
X |
|
|
bestuur |
|
|
|
|
Bedrijfsarts |
|
|
|
|
vertrouwenspersoon extern |
|
|
X |
|
landelijke klachtencommissie |
|
|
X |
|
politie en justitie |
|
|
|
· Klachtroute
De regeling klachtbehandeling heeft tot doel een klager de zekerheid te geven, dat de klacht serieus wordt behandeld door de juiste en bevoegde personen en instanties.
Hoewel het een klager vrij staat te kiezen bij wie hij/zij een klacht mondeling of schriftelijk wil indienen, gelden voor het in behandeling nemen de volgende regels per klachtenveld:
A. De klachten zoals beschreven in het klachtenveld A worden altijd “in de lijn”, dus uitsluitend onder verantwoordelijkheid van de betrokken medewerker(s) en de leidinggevende / school-directeur behandeld. Voor de A - klachten is beroep mogelijk door de klacht voor te leggen aan de centrale directie.
B. De klachten uit het klachtenveld B worden uitsluitend door de leidinggevende/ schooldirecteur en de centrale directie behandeld. De centrale directie kan besluiten een conflict voor te leggen aan de interne geschillencommissie. (Zie reglement interne geschillencommissie)
C. Uitsluitend klachten als beschreven in klachtenveld C worden in behandeling genomen door een intern contactpersoon en/of een extern vertrouwenspersoon. Alleen voor C – klachten geldt dat deze kunnen worden voorgelegd aan de externe landelijke klachtencommissie.
· De rol van de interne contactpersoon
Voor de behandeling van klachten op het gebied van seksuele intimidatie, discriminatie of geweld zijn voor elke school c.q. organisatieonderdeel minimaal één doch meestal twee contactpersonen door de centrale directie aangesteld. Een contactpersoon is voor de uitvoering van de taak verantwoording verschuldigd aan de centrale directie.
De contactpersoon fungeert als informant, coördinator en bemiddelaar in de klachtenregeling met de volgende taken en bevoegdheden:
- zorgt voor de eerste opvang van de klager;
- informeert de klager over de klachtenregeling;
- bepaalt de route en een eventueel vervolgtraject;
- informeert de aangeklaagde over klacht en klager;
- consulteert de externe vertrouwenspersoon;
- geeft voorlichting aan ouders en team over de klachtenregeling;
- neemt initiatieven ten gunste van een veilig schoolklimaat en preventie en adviseert de schooldirecteur en de centrale directie dienaangaande.
· De rol van de externe vertrouwenspersoon
Indien de contactpersoon een klacht op het gebied van seksuele intimidatie, discriminatie of geweld niet kan afhandelen wordt een externe vertrouwenspersoon ingeschakeld. De externe vertrouwenspersonen zijn door centrale directie op basis van deskundigheid geworven en aangesteld met de volgende taken en bevoegdheden:
- ondersteunt op verzoek de interne contactpersoon;
- bemiddelt op verzoek van een contactpersoon;
- adviseert en begeleidt de klager en de aangeklaagde;
- adviseert het bevoegd gezag over de klachtafhandeling;
- informeert indien noodzakelijk de vertrouwensinspecteur;
- stelt de aangeklaagde op de hoogte van de klacht en biedt ondersteuning aan;
- adviseert het bevoegd gezag.
Bijlage
· Klachtenregeling seksuele intimidatie, discriminatie of geweld
· Reglement Interne Geschillencommissie MOVARE
4. Slotbepalingen
· Bij zaken, die niet in dit document worden genoemd, beslist de directie zoveel mogelijk na overleg
met het team.
· De bepalingen en afspraken in dit document mogen niet in strijd zijn met de klachtenregeling en het
personeelsbeleidsplan, zoals die door het bevoegd gezag zijn vastgesteld.
· De onderwijsstichting MOVARE heeft een beleid in het kader van schorsing en verwijdering van een
leerling. Zie schoolgids.
